
In de week dat Obama beëdigd wordt als nieuwe president van Amerika, zendt LLiNK de documentaire 'Made in Detroit' uit. Detroit, ook wel bekend als Motor City, leeft sinds de jaren vijftig van de auto-industrie. De laatste decennia is de industrie echter grotendeels verdwenen en de economie ingestort. Door de financiële crisis staat de stad onder hoogspanning. Er is grote werkloosheid en Detroit is inmiddels een van de gevaarlijkste steden van de VS. Meer dan de helft van de bevolking is sinds de jaren vijftig vertrokken, de veelal zwarte arbeiders blijven achter. Een derde van de burgers leeft onder de armoedegrens. Meer dan een derde van de stad ligt braak. De ooit rijkste stad van Amerika verandert in een ‘villa getto’.
Maar er is hoop. De natuur krijgt nu de overhand in de stad. De achtergelaten bevolking van Detroit plukt hier letterlijk de vruchten van. De stad ‘vergroent’ van binnenuit.
StadsboerenPlekken waar vroeger huizen, fabrieken en scholen stonden, liggen nu braak omdat slechts de helft van de oorspronkelijke bevolking is gebleven. De bevolking neemt het heft in eigen handen in deze ‘vergeten stad’. Op braakliggend terrein midden in de stad telen zij groente en fruit. De oogst wordt gedeeld met de armen, omwonenden, of op de markt verkocht. De stadsboer heeft, al dan niet noodgedwongen, bestaansrecht. Ook floreert de in Amerika grotendeels uitgestorven bijenbevolking in Detroit. Deze en meer unieke ontwikkelingen in een verpauperde stedelijke omgeving laten een kant van Amerika zien we nauwelijks krijgen te zien.
Sterke tienermoedersDe film speelt zich af rond de openbare highschool Catherine Ferguson Academy, waar tienermoeders studeren. Er is een dagopvang voor hun kinderen. In Detroit verlaten jaarlijks meer dan 4000 tieners hun school zonder diploma, maar met de zorg voor een kind. De school is een afspiegeling van de stad waarin zij is gehuisvest. Dit zijn de kinderen van Detroit, de generatie die consumeert en niet produceert. Aan hen de taak de stad weer leefbaar te maken.
De school is uniek: de meisjes kunnen hun kinderen meenemen en naast de school is een boerderij gebouwd. De jonge moeders worden door het ‘boeren’ sterke, onafhankelijke vrouwen. Zelf opgegroeid op ‘fastfood’ leren zij voor het eerst dat hun eten uit de grond in plaats van de supermarkt komt. Sterker nog, ze moeten het zelf zien te verbouwen. Eerst doen ze het zware lichamelijk werk met tegenzin, maar deze verdwijnt naarmate zij hun gewassen zien groeien en de oogst met winst verkopen. Een simpele maar doeltreffende oplossing voor een stad die opnieuw moet beginnen en wellicht een voorbeeld voor de rest van de wereld.